ECLI:NL:RBDHA:2025:13552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen tegen inwilliging verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Eisers hebben op 5 april 2019 asielaanvragen voor bepaalde tijd ingediend die de minister op 2 april 2025 heeft ingewilligd met een verblijfsvergunning geldig tot 5 april 2024. Eisers stelden beroep in tegen deze besluiten omdat zij een verblijfsgat meenden te ervaren, waardoor zij onrechtmatig in Nederland verbleven.
De rechtbank oordeelt dat het vermeende verblijfsgat is hersteld doordat de minister na het instellen van het beroep verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd heeft verleend aan de minderjarige kinderen en voornemens is de vergunningen van eisers te verlengen. Hierdoor ontbreekt procesbelang en zijn de beroepen niet-ontvankelijk.
Eisers voerden ook aan dat de minister ambtshalve had moeten overgaan tot verlenging of verlening van een vergunning voor onbepaalde tijd, maar de rechtbank stelt dat deze vraag nog niet aan de orde is omdat de minister hierover nog niet heeft beslist.
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers wegens het geconstateerde gebrek dat pas na het instellen van beroep is hersteld. De kosten worden vastgesteld op €907,-. De uitspraak is gedaan door rechter R. Tesfai en griffier K.E. Mulder op 24 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang; de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van €907,-.