Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, het college
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 4 december 2023, voor zover het de intrekking over de periode 10 mei 2022 tot en met 6 april 2023 en de terugvordering betreft;
- herroept het primaire besluit 1 van 18 april 2023 voor zover het de intrekking over de periode 10 mei 2022 tot en met 6 april 2023 betreft;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het primaire besluit 1 van 18 april 2023;
- draagt het college op een nieuwe beslissing op het bezwaar tegen het primaire besluit 2 van 18 april 2023 te nemen voor zover het de terugvordering betreft met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 3.108,-;
- bepaalt dat het college aan eiser het betaalde griffierecht van € 51,- vergoedt.