ECLI:NL:RBDHA:2025:13777
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring opvolgende asielaanvraag wegens ontbreken nieuwe elementen
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de eerste in mei 2024 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Zijn tweede aanvraag werd ingetrokken. Op 14 mei 2025 diende hij een opvolgende aanvraag in met dezelfde motieven als eerder, aangevuld met het feit dat hij verloofd is met een Duitse vrouw.
De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe en relevante elementen. Eiser betoogde dat hij niet eerder inhoudelijk is gehoord vanwege detentie en procedurele verwarring, en dat zijn nieuwe relatie en het non-refoulementbeginsel onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het eerdere besluit onherroepelijk is en dat de huidige aanvraag geen nieuwe elementen bevat. Het niet verschijnen bij het gehoor was aan eiser toe te rekenen. De relatie met een Duitse vrouw kan in een reguliere procedure aan de orde worden gesteld. De rechtbank vond geen aanwijzingen voor schending van het non-refoulementbeginsel.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Proceskosten werden niet toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag.