ECLI:NL:RVS:2019:1969
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod
De vreemdeling, met Azerbeidzjaanse nationaliteit, verblijft sinds 2000 in Nederland en heeft meerdere asielaanvragen ingediend die zijn afgewezen. Na intrekking van een eerdere verblijfsvergunning wegens strafrechtelijke veroordelingen, diende hij in december 2016 een nieuwe asielaanvraag in die door de staatssecretaris op 5 juni 2018 werd afgewezen en waarbij een inreisverbod en vertrekbevel werden gehandhaafd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond omdat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het beroep op artikel 8 EVRM Pro en artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 niet slaagde. De staatssecretaris en de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hier gaat om een opvolgende asielaanvraag waarop de staatssecretaris niet ambtshalve hoeft te toetsen op verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro of uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro 2000. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het eerdere besluit tot afwijzing van de asielaanvraag, het inreisverbod en het vertrekbevel in stand blijft.
De staatssecretaris heeft het besluit voldoende gemotiveerd, onder meer door te verwijzen naar het eerdere besluit van 8 juni 2016 waarin het inreisverbod en het vertrekbevel zijn vastgesteld vanwege ernstige bedreiging van de openbare orde. De vreemdeling heeft onvoldoende onderbouwd waarom dit besluit zou moeten worden herzien. Ook de omstandigheid dat de vreemdeling gedwongen is opgenomen in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg doet niet af aan de onmiddellijke vertrekplicht.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt hiermee de rechtmatigheid van het besluit van de staatssecretaris.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, dat van de vreemdeling ongegrond, en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod wordt bevestigd.