ECLI:NL:RBDHA:2025:13846

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juli 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
Awb 24.20932
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht in arbeidsaantekeningzaak

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het weigeren van een sticker met arbeidsaantekening door de minister van Asiel en Migratie. Na ongegrondverklaring van het bezwaar heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en vastgesteld dat het griffierecht niet is betaald, ondanks herinneringen en aanmaningen. Omdat het niet betalen van het griffierecht aan eiser kan worden toegerekend, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen worden geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 24/20932

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Karkache),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Op 16 oktober 2024 is aan eiser mondeling een sticker met arbeidsaantekening geweigerd.
Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 26 november 2024 (bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier een griffierecht geheven op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb.
2. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb wordt het beroep door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. [2]
3. Het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) heeft namens de griffier de gemachtigde van eiser op 11 april 2025 schriftelijk op de hoogte gesteld van de verplichting tot het betalen van griffierecht binnen vier weken na verzending van dit bericht. Aldus is vastgesteld dat eiser in verzuim is. Op 12 mei 2025 heeft het LDCR op verzoek van de griffier aangetekend een herinneringsnota verstuurd met het verzoek tot betaling van het griffierecht binnen vier weken na dagtekening van de brief. Uit informatie van PostNL blijkt dat is getekend voor de ontvangst van de aangetekende brief.
4. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht niet is betaald. Niet is gebleken dat het verzuim niet aan eiser valt toe te rekenen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 24 juli 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.A.M. Mangroe, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Artikel 8:41,vierde, vijfde en zesde lid, van de Awb.