ECLI:NL:RBDHA:2025:13875
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens internationale bescherming in Duitsland
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 3 maart 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister verklaarde deze aanvraag op 23 april 2025 niet-ontvankelijk omdat uit Eurodac bleek dat eiser sinds 8 augustus 2017 internationale bescherming geniet in Duitsland. Eiser betwistte dit en voerde aan dat zijn verblijfsvergunning in Duitsland verlopen zou zijn en dat hij bijzondere procedurele waarborgen, zoals een medisch onderzoek, had moeten krijgen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht mocht uitgaan van de informatie uit Eurodac en dat de verstrekte gegevens actueel waren. De rechtbank vond dat de minister voldoende onderzoek had gedaan naar de psychische gesteldheid van eiser en dat er geen aanwijzingen waren voor bijzondere procedurele waarborgen. Het gedrag van eiser tijdens het gehoor werd beoordeeld, maar vormde geen reden voor nader medisch onderzoek.
Verder stelde de rechtbank dat het verlopen van een verblijfsdocument niet automatisch betekent dat de internationale beschermingsstatus is ingetrokken. De minister hoefde daarom geen nader onderzoek te doen naar de actuele verblijfsstatus. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens internationale bescherming in Duitsland.