ECLI:NL:RBDHA:2025:13889
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke asielzaak
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag. De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, wat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk beoordeeld wordt. Dit oordeel is voorlopig en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. De minister van Asiel en Migratie heeft op 14 april 2025 beslist op het bezwaarschrift van verzoekster, maar verzoekster heeft geen beroep ingesteld tegen deze beslissing. Hierdoor is er geen beroepsprocedure aan de gang, wat noodzakelijk is om een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek niet-ontvankelijk is, wat ook inhoudt dat verzoekster geen griffierecht terugkrijgt en geen vergoeding van proceskosten ontvangt. De uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, in aanwezigheid van M.S.G. van der Werf, griffier, en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.