Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 1 juni 2024 en had zes maanden om te beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde de minister op 27 mei 2025 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, wat gegrond werd verklaard.
De rechtbank past het 8+8-wekenmodel toe, waarbij de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen over de asielmotieven en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. Dit model volgt een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister de termijn overschrijdt. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier D.C. van de Mortel op 18 juli 2025.