ECLI:NL:RBDHA:2025:14164
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag onder Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Eiser heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op 24 mei 2022. De minister moest binnen zes maanden beslissen, maar de behandeling werd opgeschort vanwege de toepasselijkheid van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) die is verlengd tot 4 maart 2026.
Eiser stelde dat de opschorting van de behandeling van zijn aanvraag tot onevenredige gevolgen leidde en dat hij recht had op een tijdige beslissing, verwijzend naar artikel 31 van Pro de Procedurerichtlijn en een uitspraak van het Hof van Justitie. De rechtbank volgde dit standpunt niet en bevestigde dat opschorting van de beslistermijn tijdens de periode van tijdelijke bescherming is toegestaan.
Eiser had de minister op 18 juli 2024 in gebreke gesteld, maar aangezien de beslistermijn toen nog niet was verstreken, was deze ingebrekestelling prematuur. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten en werd het niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.