ECLI:NL:RBDHA:2025:14165
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.C. Schuurman - Kleijberg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond vervolgberoep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser is op 8 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is eerder door de rechtbank getoetst op 2 mei 2025 en 17 juni 2025, waarbij de rechtmatigheid werd bevestigd. Eiser stelde opnieuw beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank besloot dat een zitting niet nodig was.
Eiser betoogde dat er geen redelijk zicht op uitzetting bestaat omdat de Marokkaanse autoriteiten niet hebben gereageerd op de laissez-passer aanvraag en geen presentatie gepland is, waardoor de maatregel in strijd zou zijn met artikel 5 EVRM Pro en 6 EU Handvest. De rechtbank verwierp dit omdat uit vaste rechtspraak volgt dat zicht op uitzetting naar Marokko in het algemeen niet ontbreekt en er voldoende uitzettingshandelingen zijn verricht.
Daarnaast stelde eiser dat de belangenafweging disproportioneel is, mede vanwege zijn gezinssituatie in Spanje. De rechtbank oordeelde dat gedurende de eerste zes maanden van bewaring het belang van de minister zwaarder weegt en dat eiser geen nieuwe omstandigheden had aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Ook stelde de rechtbank vast dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn uitzetting.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel rechtmatig is en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.