ECLI:NL:RBDHA:2025:7659
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen wijze van tenuitvoerlegging maatregel van bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De vreemdeling betoogde onder meer dat hij onterecht op grond van artikel 50, tweede lid, Vw 2000 was opgehouden, dat een lichter middel had moeten worden toegepast, dat de minister onvoldoende voortvarend was geweest bij zijn uitzetting en dat hij langer dan 24 uur in een politiecel had verbleven.
De rechtbank oordeelde dat de ophouding op de juiste wettelijke grondslag had plaatsgevonden en dat de minister voldoende had gemotiveerd waarom geen lichter middel kon worden toegepast, mede gelet op het onttrekkingsrisico en het niet meewerken van eiser aan terugkeer naar Marokko. Wel stelde de rechtbank vast dat de minister zijn inspanningsverplichting voor uitzetting had geschonden, maar dat dit niet tot vernietiging van de maatregel leidde vanwege het ernstige onttrekkingsrisico.
De rechtbank constateerde dat eiser 3 uur en 39 minuten langer dan de toegestane 24 uur in een politiecel verbleef na oplegging van de maatregel. Dit leidde tot een recht op schadeloosstelling van €30,00, conform vaste jurisprudentie. Het beroep werd daarom gegrond verklaard voor zover het de wijze van tenuitvoerlegging betrof, en ongegrond voor het overige. De minister werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor de wijze van tenuitvoerlegging, met een schadeloosstelling van €30,00 en proceskostenvergoeding aan eiser.