ECLI:NL:RBDHA:2025:14183
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De minister heeft op 14 mei 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 25 juli 2025, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De rechtbank toetst of het voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 30 mei 2025 rechtmatig is. Eiser stelt dat er geen zicht is op uitzetting naar Algerije en uitzetting onduidelijk verloopt, met verwarring over eerst Marokko en daarna Algerije. De rechtbank oordeelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de minister voldoende voortvarend handelt.
De minister heeft twee vertrekgesprekken gevoerd en een LP-traject voor Algerije opgestart na beëindiging van het traject voor Marokko. De rechtbank vindt dit passend en ziet geen reden om een lichter middel dan bewaring toe te passen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.