Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:14188

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 juli 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
NL25.33973
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b Vw 2000Art. 96 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 juni 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd reeds eerder door de rechtbank getoetst en als rechtmatig beoordeeld in een uitspraak van 26 juni 2025. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel.

De rechtbank beoordeelde of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 24 juni 2025 onrechtmatig was geworden. Eiser stelde dat de minister niet voortvarend handelde en dat er geen zicht was op uitzetting binnen afzienbare tijd. Deze stellingen werden niet onderbouwd. De rechtbank concludeerde op basis van de voortgangsrapportage dat de minister wel degelijk voortvarend handelde, met lopende aanvraag van een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten en herhaalde rappelleringen op 4 en 24 juli 2025.

De rechtbank zag geen aanwijzingen dat de Marokkaanse autoriteiten niet zouden meewerken aan de terugkeer. Ook ambtshalve toetsing bracht geen onrechtmatigheid aan het licht. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33973

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Agayev),
en

de minister van Asiel en Migratie,

Procesverloop

De minister heeft op 10 juni 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank heeft deze al eerder getoetst bij uitspraak van 26 juni 2025. [1]
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opnieuw beroep ingesteld.
De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft op 28 juli 2025 bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

Toetsingskader
1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
1.1.
Uit de uitspraak van 26 juni 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. [2] Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 24 juni 2025) onrechtmatig is.
Beroepsgronden2. Eiser betoogt dat de minister niet voortvarend handelt en dat er geen zicht is op uitzetting binnen afzienbare tijd. Eiser heeft zijn stellingen niet onderbouwd. De rechtbank ziet aan de hand van de voortgangsrapportage geen grond voor het oordeel dat de minister onvoldoende voortvarend handelt. De rechtbank ziet ook geen aanleiding voor het oordeel dat zicht op uitzetting naar Marokko binnen een redelijke termijn ontbreekt. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat een laissez-passer (lp) aanvraag bij de Marokkaanse autoriteiten nog loopt. De rechtbank is niet gebleken dat de Marokkaanse autoriteiten te kennen hebben gegeven dat zij ten behoeve van eiser geen lp zullen afgeven of dat zij niet willen meewerken aan de terugkeerprocedure. Daarnaast blijkt uit de voortgangsrapportage dat de minister op 4 en 24 juli 2025 heeft gerappelleerd. Ook overigens kan niet worden gezegd dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig dan wel onzorgvuldig was.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?3. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. [3]

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, rechter, in aanwezigheid van
S. Voolstra, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Rb. Den Haag (zp Arnhem), 26 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11345.
2.Rb. Den Haag (zp Arnhem), 26 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:11345.
3.Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.