De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 juni 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd reeds eerder door de rechtbank getoetst en als rechtmatig beoordeeld in een uitspraak van 26 juni 2025. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel.
De rechtbank beoordeelde of de maatregel sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 24 juni 2025 onrechtmatig was geworden. Eiser stelde dat de minister niet voortvarend handelde en dat er geen zicht was op uitzetting binnen afzienbare tijd. Deze stellingen werden niet onderbouwd. De rechtbank concludeerde op basis van de voortgangsrapportage dat de minister wel degelijk voortvarend handelde, met lopende aanvraag van een laissez-passer bij de Marokkaanse autoriteiten en herhaalde rappelleringen op 4 en 24 juli 2025.
De rechtbank zag geen aanwijzingen dat de Marokkaanse autoriteiten niet zouden meewerken aan de terugkeer. Ook ambtshalve toetsing bracht geen onrechtmatigheid aan het licht. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.