Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 30 juli 2025 uitspraak gedaan in een asielprocedure van een Jemenitische eiser. De eiser had op 19 september 2023 een asielaanvraag ingediend, waarbij hij stelde dat hij in Jemen een verhoogd risico loopt op ernstige schade door willekeurig geweld. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 29 november 2024 afgewezen, wat de eiser heeft doen besluiten om beroep in te stellen tegen dit besluit. Tijdens de zitting op 16 januari 2025 is de zaak behandeld, waarbij de eiser en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de verweerder.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister in zijn beoordeling van de asielaanvraag niet alle relevante omstandigheden heeft betrokken, waardoor de motivering van het bestreden besluit niet deugdelijk was. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2025, waarin werd geoordeeld dat de minister niet voldoende had gemotiveerd of er in Jemen sprake was van een meest uitzonderlijke situatie, zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn.
Gelet op deze tekortkomingen heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens is de minister veroordeeld in de proceskosten van de eiser, vastgesteld op € 1.814. De uitspraak is openbaar gemaakt en de eiser is geïnformeerd over de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen deze uitspraak.