ECLI:NL:RBDHA:2025:14251
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor strijdig gebruik bollengrond
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk. Verzoekers gebruiken vier percelen in strijd met het bestemmingsplan, onder meer door het plaatsen van een rolkas, schuren, hekwerken en het gebruik van paardenweiden. Het college stelde handhavend op te treden en legde dwangsommen op.
Verzoekers betoogden onder meer dat sommige bouwwerken al waren verwijderd, dat voor de rolkas een vergunning zou zijn verleend en dat de schuur op een perceel al circa 45 jaar bestond. Daarnaast stelden zij dat er concreet zicht was op legalisatie van de paardenweiden en hekwerken vanwege een ingediende vergunningaanvraag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de kas en schuur op het eerste perceel verwijderd waren en dus geen aanleiding gaven tot schorsing. De rolkas was niet vergund op de huidige locatie en de schuur op het derde perceel werd niet meer gehandhaafd. Er was geen concreet zicht op legalisatie van de paardenweiden en hekwerken, omdat het college niet bereid was de vergunning te verlenen. Ook andere omstandigheden rechtvaardigden geen afzien van handhaving.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarmee het college het bestreden besluit kon handhaven. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.A.J. Overdijk op 31 juli 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen en het besluit blijft van kracht.