Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 9 februari 2023 en verlengde de beslistermijn met negen maanden onder toepassing van WBV 2023/3. Eiseres stelde de minister op 13 mei 2025 schriftelijk in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep instelde.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn van 21 maanden, waarbinnen de minister de asielaanvraag moet hebben behandeld, is overschreden. De rechtbank legt een nadere beslistermijn van acht weken op, waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Daarbij wordt rekening gehouden met het belang van een snelle en zorgvuldige besluitvorming.
De rechtbank verbindt aan deze termijn een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister niet tijdig besluit. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, vanwege het inschakelen van een professionele gemachtigde voor het beroepschrift.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt de minister op binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Deze uitspraak is gedaan zonder zitting en met inachtneming van relevante wettelijke bepalingen en jurisprudentie.