Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 10 december 2024 waarin een beslistermijn van twee weken werd opgelegd aan de minister. Omdat de minister niet binnen deze termijn heeft beslist, is het beroep ontvankelijk en gegrond, ook zonder dat eiseres eerst een ingebrekestelling heeft gestuurd.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom van €250 per dag op voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van €37.500. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van €453,50.
De rechtbank acht een zitting niet nodig en verleent eiseres vrijstelling van griffierecht wegens het voldoen aan de voorwaarden daarvoor. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.