ECLI:NL:RBDHA:2025:14344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na niet-tijdige beslissing verblijfsvergunning
Verzoekster diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 27 mei 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en een verzoek tot proceskostenvergoeding indiende.
De rechtbank overwoog dat indien een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan aan het beroepschrift tegemoet is gekomen, proceskosten kunnen worden toegewezen. De minister had immers alsnog een besluit genomen, waardoor het beroep deels werd gehonoreerd.
De rechtbank wees het verzoek toe en veroordeelde de minister tot vergoeding van €453,50 aan proceskosten. Hierbij werd rekening gehouden met het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en de lichte aard van de zaak, wat leidde tot een wegingsfactor van 0,5.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster.