ECLI:NL:RBDHA:2025:14387

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 juli 2025
Publicatiedatum
4 augustus 2025
Zaaknummer
NL24.48923
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens wijziging geboortedatum asielaanvraag

Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn geboortedatum bij de asielaanvraag was vastgesteld op een verkeerde datum. Verzoeker stelde dat zijn geboortedatum anders was en vorderde correctie hiervan. De minister heeft het besluit op 27 juni 2025 gewijzigd en de geboortedatum aangepast naar de door verzoeker opgegeven datum. Hierdoor heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken.

De rechtbank heeft het verzoek van verzoeker om proceskostenveroordeling beoordeeld. Omdat de minister geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het besluit te wijzigen, is de rechtbank van oordeel dat de minister veroordeeld moet worden tot betaling van de proceskosten. De minister heeft niet gereageerd op het verzoek om proceskostenveroordeling.

De rechtbank heeft de proceskosten vastgesteld op € 907,-, zijnde de kosten van het indienen van het beroepschrift door de gemachtigde van verzoeker. Er zijn geen andere vergoedbare kosten vastgesteld. De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegekend en de minister veroordeeld tot betaling van dit bedrag.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.48923
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. F. Jansen),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de minister van 19 november 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de minister op 27 juni 2025 dit besluit heeft gewijzigd.
1.1.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.1

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.2
Is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
1. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4.1.
Op 9 december 2024 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het bestreden besluit waarbij zijn asielaanvraag is ingewilligd voor zover daarbij de geboortedatum van verzoeker is vastgesteld op [geboortedatum] 2005. Verzoeker heeft aangegeven dat zijn geboortedatum dient te worden vastgesteld op [geboortedatum] 2006. De minister heeft op 27 juni 2025 aangegeven het bestreden besluit te wijzigen voor zover dat ziet op de geboortedatum van verzoeker. De minister heeft de geboortedatum van verzoeker gewijzigd naar [geboortedatum] 2006. Hiermee is de minister tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet de minister aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Conclusie en gevolgen

6. De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
25 juli 2025
Mr. A. Skerka L.S. Lodder
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.