ECLI:NL:RBDHA:2025:14414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Spanje
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister niet in behandeling werd genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag op grond van de Dublinverordening. Eiser betwistte dit en verwees naar recente kritiek op het Spaanse asielsysteem, waaronder een artikel uit 2025, en vreesde terugkeer naar Spanje vanwege persoonlijke problemen en onvoldoende bescherming.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Spanje, ondersteund door vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat Spanje niet aan zijn internationale verplichtingen voldoet of dat hij een reëel risico loopt op een schending van zijn rechten bij terugkeer.
Ook het beroep op artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening, dat Nederland de discretionaire bevoegdheid geeft om de aanvraag toch in behandeling te nemen, werd verworpen. De minister had voldoende gemotiveerd waarom hij deze bevoegdheid niet heeft toegepast, mede omdat geen bijzondere individuele omstandigheden waren gesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanvraag niet in behandeling wordt genomen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.