ECLI:NL:RBDHA:2025:14464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiser diende op 24 december 2024 een asielaanvraag in Nederland in, maar de minister nam deze niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Nederland vroeg Frankrijk om overname, welke op 25 maart 2025 werd aanvaard.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden toegepast vanwege institutioneel racisme en inadequate bescherming in Frankrijk, onderbouwd met rapporten van Human Rights Watch, Amnesty International en het AIDA-rapport. De rechtbank oordeelde echter dat de minister terecht uitging van het vermoeden dat Frankrijk haar verdragsverplichtingen nakomt en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een reëel risico op onmenselijke behandeling bestaat.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat bijzondere individuele omstandigheden vereist om de aanvraag in Nederland te behandelen, werd verworpen omdat eiser geen bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.