ECLI:NL:RBDHA:2025:14475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen aanvullend terugkeerbesluit naar Algerije ongegrond verklaard
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, stelde dat het aanvullend terugkeerbesluit naar Algerije niet voldoende was gemotiveerd en dat hij niet adequaat was gehoord voorafgaand aan het besluit. Hij verwees naar jurisprudentie over het belang van een goede hoorplicht en de bescherming tegen schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat het vertrekgesprek van 14 juli 2025 als voldoende hoorplicht kon worden beschouwd, waarin eiser zijn bezwaren kon uiten. Daarnaast was in een eerdere uitspraak vastgesteld dat de laissez-passer aanvraag aan Algerije niet in strijd was met artikel 3 EVRM Pro. Eiser had geen concrete vrees voor vervolging of schending van artikel 3 gesteld Pro.
Verder stelde eiser dat er geen grondslag was voor het aanvullend terugkeerbesluit omdat hij geen banden met Algerije had. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin was vastgesteld dat eiser zijn Marokkaanse nationaliteit onvoldoende had onderbouwd en dat er aanwijzingen waren dat hij mogelijk uit Algerije afkomstig was.
Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit naar Algerije is ongegrond verklaard.