Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn van zestien weken was gesteld. De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is.
De rechtbank overweegt dat de overschrijding van de beslistermijn van 21 maanden een belangrijk aspect is bij het bepalen van een passende nadere beslistermijn. De rechtbank legt daarom een termijn van twee weken op waarbinnen de minister alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd, met een maximum van €37.500, voor het geval de minister niet tijdig beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50, vanwege het inschakelen van een professionele gemachtigde en het beperkte geschilpunt. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 25 juni 2025.