ECLI:NL:RBDHA:2025:14523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening wegens ontbreken onderduiken
Eiser had tegen een overdrachtsbesluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening, waardoor overdracht nog niet mogelijk was. Verweerder verlengde de overdrachtstermijn op grond van vermeend onderduiken, maar de rechtbank oordeelde dat dit onterecht was omdat eiser niet doelbewust buiten bereik van autoriteiten bleef.
De rechtbank overwoog dat de verlenging van de overdrachtstermijn volgens artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening alleen is toegestaan bij onderduiken, wat inhoudt dat de vreemdeling bewust de overdracht probeert te frustreren. Eiser had zijn woonplaats verlaten zonder melding, maar was geïnformeerd over zijn verplichtingen en had beroep ingesteld tegen het overdrachtsbesluit.
Omdat er nog geen overdrachtsdatum was gepland en eiser de voorlopige voorziening afwachtte, was er geen sprake van onderduiken. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de verlenging van de overdrachtstermijn wegens ontbreken van onderduiken en veroordeelt verweerder in de proceskosten.