Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar nareisaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak een beslistermijn had gesteld die inmiddels was verstreken. De minister heeft zich niet aan deze termijn gehouden en geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is, omdat de minister de beslistermijn heeft overschreden. De rechtbank wijst het verzoek van de minister om het beroep aan te houden af, gezien het belang van voortvarende besluitvorming.
De rechtbank legt aan de minister een nieuwe beslistermijn van twee weken op om alsnog te beslissen en verbindt daaraan een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 bij overschrijding. Een bestuurlijke dwangsom wordt niet toegekend vanwege wettelijke beperkingen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier D.C. van de Mortel op 31 juli 2025.