ECLI:NL:RBDHA:2025:14623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen nareisaanvraag
Verzoekster diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat de minister alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ingetrokken werd omdat de minister aan het verzoek tegemoet was gekomen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in een dergelijk geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener, werd een vast bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5, resulterend in een vergoeding van € 453,50 plus het griffierecht.
De rechtbank vond het niet nodig partijen uit te nodigen voor een zitting en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe. De uitspraak werd openbaar gedaan op 1 augustus 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskostenvergoeding en het griffierecht aan verzoekster.