Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit Afghanistan , eiser
de minister van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
.Als tolk is verschenen F. Filippo-Wassa.
Beoordeling door de rechtbank
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een voormalige monteur voor de Europese Politie Missie in Afghanistan (EUPOL), verzocht op 29 februari 2024 om overbrenging naar Nederland op grond van de Tolkenregeling. Deze regeling biedt bescherming aan lokale medewerkers die voor Nederlandse militaire missies hebben gewerkt en daardoor persoonlijk gevaar lopen.
Verweerder wees het verzoek af omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij structureel werkzaamheden heeft verricht voor een Nederlandse EUPOL-functionaris. Eiser voerde aan dat hij wel degelijk aan de voorwaarden voldeed en dat het beleid onevenredig zou zijn, maar de rechtbank oordeelde dat de Tolkenregeling terughoudend wordt getoetst en dat de cumulatieve vereisten duidelijk zijn.
De rechtbank stelde vast dat eiser als monteur voor alle EUPOL-medewerkers werkte en niet specifiek voor Nederlandse functionarissen. Dit volstaat niet om onder de regeling te vallen. De rechtbank concludeerde dat het beleid niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat verweerder het verzoek terecht heeft afgewezen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan op 5 juni 2025 door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om overbrenging naar Nederland wordt afgewezen.