ECLI:NL:RBDHA:2025:14650
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonstrook augustus 2023 geen besluit in zin van Awb, bezwaar niet-ontvankelijk
Eiser, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, maakte bezwaar tegen zijn loonstrook van augustus 2023 omdat hij vond dat hij op grond van het gelijkheidsbeginsel reeds over die maand bezoldigd had moeten worden conform de rang van tweede luitenant. Verweerder had echter het bezwaar ongegrond verklaard en hield vast aan de bezoldiging op basis van de rang kornet, die eiser toen officieel bekleedde.
De rechtbank stelde vast dat de loonstrook van augustus 2023 geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit omdat de loonstrook slechts een herhaling was van een eerder genomen besluit tot bevordering tot kornet, zonder dat er sprake was van een wijziging of nieuw rechtsgevolg. Daardoor was het bezwaar niet-ontvankelijk.
De rechtbank ging niet in op de inhoudelijke vraag of het gelijkheidsbeginsel een eerdere bezoldiging op basis van tweede luitenant zou rechtvaardigen. Omdat het bezwaar niet-ontvankelijk was, werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak bevestigt dat loonstroken die geen nieuw besluit bevatten niet vatbaar zijn voor bezwaar en beroep, en benadrukt het belang van tijdige bezwaarprocedures tegen de feitelijke besluiten zoals bevorderingsbesluiten.
Uitkomst: De loonstrook van augustus 2023 is geen besluit in de zin van de Awb, het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep gegrond.