ECLI:NL:RBDHA:2025:14664
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Nederlands paspoort wegens niet tijdige vaststelling biologisch vaderschap
Eiser, geboren in Ghana in 2005, vroeg via zijn vader een Nederlands paspoort aan. De vader, sinds 1996 Nederlander, had hem in 2021 erkend, maar het biologische vaderschap werd pas in 2023 middels DNA-onderzoek vastgesteld, wat buiten de wettelijke termijn van één jaar viel.
De minister van Buitenlandse Zaken stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser niet voldeed aan de nationaliteitsvereiste. Eiser voerde aan dat hij door erkenning automatisch Nederlander werd en dat de termijn onredelijk was, mede vanwege omstandigheden zoals de erkenning in het buitenland en corona.
De rechtbank oordeelde dat de wet strikt voorschrijft dat het biologische vaderschap binnen een jaar na erkenning moet worden vastgesteld om het Nederlanderschap te verkrijgen. De omstandigheden van eiser rechtvaardigen geen uitzondering op deze regel. Ook het beroep op het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind faalde.
De rechtbank wees het beroep af en benadrukte dat een optieverklaring een aparte procedure is die niet ambtshalve door de minister hoeft te worden onderzocht. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag voor een Nederlands paspoort wordt ongegrond verklaard.