ECLI:NL:RBDHA:2025:14670
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op mvv-aanvraag nareis met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank oordeelt dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld, waardoor het beroep gegrond is.
De minister hanteert sinds januari 2024 het first-in first-out principe, waardoor de aanvraag van eiser naar verwachting pas in oktober 2026 in behandeling wordt genomen. De rechtbank wijst het verzoek van de minister tot aanhouding af, omdat dit de minister de prikkel zou ontnemen om voortvarend te beslissen.
De rechtbank legt een nadere beslistermijn op: binnen acht weken na verzending van de uitspraak moet de minister een besluit nemen of nader onderzoek aanbieden, waarbij in dat laatste geval binnen twintig weken een besluit moet volgen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €15.000. De reeds verbeurde bestuurlijke dwangsom wordt vastgesteld op €1.442. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de minister moet binnen acht weken beslissen en een dwangsom betalen bij overschrijding.