ECLI:NL:RBDHA:2025:14728
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van de mvv-aanvraag voor een Guinese eiseres met betrekking tot gezinshereniging
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, wordt het beroep van een Guinese eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel 'familie en gezin' beoordeeld. De eiseres, die in Guinee is getrouwd met haar referent, een Sierraleoonse man die in Nederland woont, heeft op 1 november 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning. De aanvraag werd op 20 januari 2023 afgewezen omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking kwam voor vrijstelling van dit vereiste. De rechtbank heeft op 17 juli 2025 de zaak behandeld, waarbij de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister van Asiel en Migratie aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de aanvraag niet in strijd is met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank stelt vast dat eiseres in Nederland nooit een verblijfsvergunning heeft gehad en dat haar familie- en gezinsleven in Nederland is opgebouwd terwijl zij illegaal verbleef. De rechtbank concludeert dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de belangenafweging in het voordeel van het algemeen belang uitvalt. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat er uitzonderlijke omstandigheden zijn die maken dat de afwijzing van haar aanvraag in strijd is met het EVRM. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de verzoeken om vergoeding van griffierecht en proceskosten af.