ECLI:NL:RBDHA:2025:14730

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 augustus 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.35520
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening tegen grensdetentie en toegangsweigering

Verzoeker had een voorlopige voorziening ingesteld tegen de aan hem opgelegde grensdetentie en toegangsweigering, met als doel uitzetting naar Suriname te voorkomen. Op 1 augustus 2025 trok verzoeker het verzoek in nadat de minister de geplande vlucht PY992 naar Suriname annuleerde.

De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. De minister bood aan de proceskosten tot een bedrag van € 907,- te vergoeden, maar verzoeker reageerde hier niet op. De voorzieningenrechter besloot daarom zonder zitting uitspraak te doen.

De rechter oordeelde dat de minister door het annuleren van de vlucht geheel tegemoet is gekomen aan het verzoek, waardoor toewijzing van de proceskostenveroordeling passend is. Er waren geen bijzondere omstandigheden die hiervan afweken. De proceskosten werden vastgesteld op één punt met een waarde van € 907,-, overeenkomend met de ingediende proceshandeling.

De voorzieningenrechter veroordeelde de minister tot betaling van € 907,- aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan verzoeker wegens proceskosten na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35520

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Surinaamse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. S.R. den Toonder),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: F. Schoot).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn verzoek ter voorkoming van uitzetting op 1 augustus 2025 om 10:20 uur met vlucht PY992 naar Suriname. Verzoeker had administratief beroep ingesteld tegen de aan hem opgelegde grensdetentie en toegangsweigering. Hij heeft het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat de minister de vlucht heeft geannuleerd.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek De minister heeft de rechtbank meegedeeld dat zij bereid is om de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van € 907,00. Verzoeker heeft niet op het aanbod gereageerd. De rechtbank ziet daarom aanleiding om alsnog uitspraak te doen.
1.2.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
3.1.
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt. [3]
Is de minister aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. De minister is verzoeker tegemoetgekomen door de geplande vlucht voor verzoeker te annuleren. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen. [4] Verzoeker heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen. [5] Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden. Er is niet gebleken van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om de minister in de proceskosten te veroordelen toe.
Welke kosten dient de minister te vergoeden?
5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoeker heeft zich laten bijstaan door zijn gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 907,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die de minister moet vergoeden € 907,- bedragen.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel ven gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
3.Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.
4.Vergelijk CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.
5.Vergelijk ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.