ECLI:NL:RBDHA:2025:14730
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening tegen grensdetentie en toegangsweigering
Verzoeker had een voorlopige voorziening ingesteld tegen de aan hem opgelegde grensdetentie en toegangsweigering, met als doel uitzetting naar Suriname te voorkomen. Op 1 augustus 2025 trok verzoeker het verzoek in nadat de minister de geplande vlucht PY992 naar Suriname annuleerde.
De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. De minister bood aan de proceskosten tot een bedrag van € 907,- te vergoeden, maar verzoeker reageerde hier niet op. De voorzieningenrechter besloot daarom zonder zitting uitspraak te doen.
De rechter oordeelde dat de minister door het annuleren van de vlucht geheel tegemoet is gekomen aan het verzoek, waardoor toewijzing van de proceskostenveroordeling passend is. Er waren geen bijzondere omstandigheden die hiervan afweken. De proceskosten werden vastgesteld op één punt met een waarde van € 907,-, overeenkomend met de ingediende proceshandeling.
De voorzieningenrechter veroordeelde de minister tot betaling van € 907,- aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan verzoeker wegens proceskosten na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening.