ECLI:NL:RBDHA:2025:1476

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
6 februari 2025
Zaaknummer
C/09/25/9 R
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 3 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met toepassing hardheidsclausule

De heer verzoeker bevond zich in een problematische schuldensituatie met recente zakelijke en privé schulden, waaronder bij de Belastingdienst en energieleveranciers. Hij deed een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

Tijdens de zitting op 16 januari 2025 werden de omstandigheden besproken, waaronder het feit dat de zakelijke schulden voortkomen uit een inmiddels beëindigde onderneming. De rechtbank constateerde dat sommige schulden mogelijk niet te goeder trouw zijn ontstaan, wat toelating tot de WSNP zou kunnen belemmeren.

Echter, op basis van het beroep op de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro, oordeelde de rechtbank dat de verzoeker de omstandigheden die leidden tot de schulden voldoende onder controle heeft gekregen. De verzoeker krijgt begeleiding van de reclassering en toont bereidwilligheid om zijn situatie te verbeteren.

De rechtbank acht aannemelijk dat de verzoeker aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen en besluit hem toe te laten tot de regeling voor een periode van achttien maanden, met een postblokkade van dertien maanden. Tevens worden de beslagleggingen opgeheven en een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd.

Deze beslissing biedt de verzoeker de mogelijkheid om zijn schuldenproblematiek aan te pakken en na afloop van de regeling een schone lei te verkrijgen.

Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met toepassing van de hardheidsclausule voor een periode van achttien maanden.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
insolventienummer: C/09/25/9 R
vonnis van 4 februari 2025 (bij vervroeging)
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 16 januari 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan de heer [verzoeker] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- de heer [verzoeker] , vergezeld door een vriendin,
- mevrouw [naam 1] van Fivoor, vergezeld door een collega,
- de heer A. van Roosendaal, schuldhulpverlener van de gemeente Den Haag, vergezeld door mevrouw [naam 2] van de gemeente Den Haag,
- de heer W.J. van Duijvenbode, beschermingsbewindvoerder van Paauw & Van Duijvenbode Bewindvoering en Advies B.V.
1.3.
Tijdens de zitting heeft de rechtbank bepaald dat de heer [verzoeker] in de gelegenheid wordt gesteld om uiterlijk op 30 januari 2025 aanvullende stukken in te dienen. Die stukken heeft de rechtbank ontvangen op 22 januari 2025.

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
De heer [verzoeker] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat er diverse recente schulden zijn waarvan het de vraag is of die te goeder trouw zijn ontstaan. Dit geldt met name voor de schulden bij de Belastingdienst, [bedrijfsnaam 1] B.V. Voor zover deze schulden als niet te goeder trouw worden aangemerkt, kunnen die aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg staan.
Beroep op de hardheidsclausule
2.3.
Namens de heer [verzoeker] is een beroep gedaan op de zogenoemde hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet (hierna: Fw). Dat beroep slaagt. De rechtbank gaat ervan uit dat de heer [verzoeker] de omstandigheden die (mede) bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in voldoende mate onder controle heeft gekregen.
2.4.
Uit de stukken en het besprokene op de zitting volgt dat de schulden van de heer [verzoeker] bij de Belastingdienst en bij [bedrijfsnaam 1] stammen uit de periode dat hij een onderneming had en dat die eigen onderneming is opgeheven in februari 2024. De door de heer [verzoeker] geleasede bedrijfswagen is door de leasemaatschappij teruggenomen en verkocht. De heer [verzoeker] kan dus geen zakelijke schulden meer maken. Ook is Over Rood ingeschakeld om de boekhouding in orde te krijgen.
2.5.
De schuld bij [bedrijfsnaam 2] B.V. ziet op energiekosten. Daarover is toegelicht dat de heer [verzoeker] een hoog energieverbruik heeft en dat de oorzaak daarvan onduidelijk is, ondanks de inschakeling van een energiecoach van de gemeente en de vervanging van de cv-ketel. Hoewel de heer [verzoeker] niet kan verklaren wat het hoge energieverbruik heeft veroorzaakt, zal de rechtbank hem het voordeel van de twijfel gunnen en ervan uitgaan dat hij ook voor wat betreft de energie geen bovenmatige nieuwe schulden zal laten ontstaan. De heer [verzoeker] maakt geen gebruik van de verwarming en verder onderzoek naar het hoge verbruik zal nog plaatsvinden. Daar komt bij dat de financiële situatie van de heer [verzoeker] met de benoemde beschermingsbewindvoerder inmiddels geruime tijd stabiel is.
2.6.
Verder is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is dat de heer [verzoeker] zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Daarbij weegt mee dat de heer [verzoeker] na de schorsing van zijn voorlopige hechtenis aan de slag is gegaan om zowel zijn financiële als zijn persoonlijke situatie weer onder controle te krijgen. Hij krijgt daarbij begeleiding vanuit de reclassering (Fivoor). Het verdere verloop van zijn strafzaak is nog onzeker. Zo is niet bekend wanneer de (uitgestelde) behandeling van de zaak zal aanvangen. Die onzekerheid dient er niet aan in de weg te staan dat de heer [verzoeker] zijn schuldenproblematiek nu al kan aanpakken door te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De heer [verzoeker] solliciteert en is zeer bereidwillig om aan het werk te gaan.
2.7.
Nu de heer [verzoeker] aan de andere eisen voor toelating tot de WSNP voldoet, leidt een en ander ertoe dat de rechtbank met toepassing van de zogenoemde hardheidsclausule het verzoek zal toewijzen en dat de heer [verzoeker] dus wordt toegelaten tot de WSNP.
2.8.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtsverplichting.
2.9.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan de heer [verzoeker] .
2.10.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als de heer [verzoeker] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1986 te ’ [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
voorheen handelend onder de naam: [handelsnaam] ,
gevestigd te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK-nummer] ;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 4 februari 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. L. Mundt en tot bewindvoerder:
J.M. Hoogland (Sociaal.nl Schuldsanering),
Postbus 845,
1440 AV Purmerend;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. L. Mundt, rechter, in samenwerking met C. Groesbeek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2025 (bij vervroeging).