Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, op 6 augustus 2025 uitspraak gedaan in een rekestprocedure betreffende de asielaanvraag van eiser, die de Turkse nationaliteit heeft. Eiser heeft op 18 mei 2025 asiel aangevraagd in Nederland, maar de minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op basis van de Dublinverordening. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank heeft de zaak zonder zitting behandeld. Eiser stelt dat hij in Duitsland te lang heeft moeten wachten op de voortgang van zijn asielaanvraag en dat hij in detentie heeft gezeten. Hij betoogt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is, omdat hij vreest dat zijn asielaanvraag in Duitsland niet correct zal worden behandeld. De rechtbank overweegt echter dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en dat de Duitse autoriteiten met de aanvaarding van het terugnameverzoek hebben gegarandeerd dat de aanvraag zal worden behandeld volgens de Europese richtlijnen.
De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er redenen zijn om aan te nemen dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het beroep van eiser wordt dan ook kennelijk ongegrond verklaard, en hij krijgt geen vergoeding van de proceskosten. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen hebben de mogelijkheid om verzet aan te tekenen tegen deze beslissing binnen zes weken na verzending.