Eiser, een Gambiaanse staatsburger en zoon van een overleden oppositieleider, diende op 20 november 2023 een asielaanvraag in met het argument dat hij bij terugkeer naar Gambia vreest voor zijn leven vanwege politieke vervolging.
Verweerder erkende de identiteit en nationaliteit van eiser als geloofwaardig, maar oordeelde dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestaat. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij na veertien jaar nog een reëel risico loopt, mede omdat zijn familie zonder problemen in Gambia verblijft.
Eiser voerde aan dat zijn uitreis illegaal was en overhandigde mediaberichten en TikTok-video’s waarin hij de huidige president bekritiseert, maar de rechtbank acht deze onvoldoende actueel en relevant om een concrete vrees aan te nemen.
De rechtbank concludeert dat verweerder het beleid correct heeft toegepast door het referentiekader alleen bij ongeloofwaardige motieven te betrekken en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.