ECLI:NL:RBDHA:2025:14858
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering compensatie afgeloste private schuld in toeslagenaffaire op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser, aangemerkt als gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, verzocht compensatie voor een afgeloste private schuld van €23.860 bij zijn zus. De Dienst Toeslagen weigerde dit omdat de schuld niet was vastgelegd in een notariële akte of rechterlijke uitspraak, zoals vereist volgens de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Eiser stelde dat de schuld formeel was en voldoende bepaalbaar via een onderhandse akte, en beriep zich op de hardheidsclausule vanwege bijzondere omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de schuld als informele schuld moet worden aangemerkt en dat de eis van een notariële akte een bewuste wettelijke keuze is. De onderhandse akte voldeed niet aan deze eis, en er waren geen authentieke stukken om opeisbaarheid te verifiëren.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de compensatie weigerde. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat eiser geen actuele schrijnende omstandigheden aannemelijk maakte. Ook het betoog dat de Wht buiten toepassing zou moeten worden gelaten werd verworpen vanwege het toetsingsverbod in de Grondwet.
Het beroep werd ongegrond verklaard, eiser kreeg geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter M. Garabitian op 8 juli 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van compensatie van zijn private schuld wordt ongegrond verklaard.