ECLI:NL:RBDHA:2025:14938
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervolgberoep bewaring en zicht op uitzetting naar India
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 11 augustus 2025 uitspraak gedaan in een vervolgberoep tegen de maatregel van bewaring van eiser, die de Indiase nationaliteit heeft en in Nederland verblijft. De maatregel van bewaring was opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 10 mei 2025, op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel, waarbij hij verzocht om schadevergoeding. De rechtbank ontving op 30 juli 2025 een kennisgeving over het voortduren van de maatregel, waarna het onderzoek op 5 augustus 2025 werd gesloten zonder zitting.
Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting naar India, aangezien hij bijna drie maanden in bewaring zit zonder enige reactie op zijn lp-aanvraag of rappels. Hij stelde dat zijn belangen bij invrijheidstelling zwaarder wegen, omdat hij probeert een verblijfsvergunning te verkrijgen om bij zijn minderjarige Nederlandse kind te verblijven. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat er geen reden is om aan te nemen dat er geen zicht op uitzetting is. De Indiase autoriteiten hebben nog niet gereageerd, maar dit betekent niet dat zij niet binnen afzienbare tijd een lp aan eiser zullen verstrekken.
De rechtbank concludeerde dat het voortduren van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is geweest en verklaarde het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.