ECLI:NL:RBDHA:2025:15056

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 augustus 2025
Publicatiedatum
13 augustus 2025
Zaaknummer
C/09/681108 / HA RK 25-113
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet vaststellingsprocedure staatloosheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling van staatloosheid van verzoekster van Palestijnse afkomst

Verzoekster, afkomstig uit Syrië en van Palestijnse afkomst, heeft een verzoek ingediend tot vaststelling van haar staatloosheid. Zij verblijft in Nederland en heeft een verblijfsvergunning asiel. Diverse documenten, waaronder een Syrische identiteitskaart en stukken van Palestijnse vluchtelingeninstanties, zijn overgelegd en deels onderzocht.

De rechtbank heeft op basis van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid beoordeeld of verzoekster door enige staat als onderdaan wordt beschouwd. Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen als staatloos worden beschouwd. De Syrische nationaliteitswetgeving biedt verzoekster geen grondslag voor het verkrijgen van de Syrische nationaliteit.

De rechtbank concludeert dat verzoekster niet als onderdaan van enige staat kan worden beschouwd en stelt haar staatloosheid vast. Het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd en iedere partij draagt haar eigen kosten.

Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoekster staatloos is en wijst het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad af.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: HA RK 25-113
Zaaknummer: C/09/681108
Datum beschikking: 13 augustus 2025

Vaststelling van staatloosheid

Beschikking op het op 25 februari 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] ,

verzoekster,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. Aboukir te Schiedam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,
verder te noemen “de Staat”),
zetelende te ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door: mr. Y.D. Ancion.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief van 26 juni 2025, met bijlagen, van de Staat.

Verzoek en het advies van de Staat

Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van staatloosheid van verzoekster, een en ander uitvoerbaar bij voorraad en met compensatie van de proceskosten.
De Staat adviseert het verzoek toe te wijzen.
Omdat het advies van de Staat overeenstemt met wat is verzocht, heeft de rechtbank aanleiding gezien om zonder mondelinge behandeling op het verzoek te beslissen.

Feiten

De volgende feiten blijken uit het dossier dan wel zijn door de Staat vastgesteld, zodat de rechtbank deze als vaststaand aanneemt.
- Verzoekster is vanuit Syrië Nederland ingereisd.
- Aan verzoekster is een verblijfsvergunning asiel verleend, geldig van 12 januari
2020 tot 12 januari 2025.
- Verzoekster heeft in de asielprocedure een echt bevonden Syrische identiteitskaart
voor Palestijnse vluchtelingen overgelegd. Ook heeft zij een kopie van een Family
Registration Card, uitgegeven door UNRWA overgelegd, welke niet op echtheid
is beoordeeld omdat het een kopie betrof.
- In de asielprocedure heeft een herkomstonderzoek plaatsgevonden, op basis
waarvan, in combinatie met de overgelegde stukken, de door verzoekster gestelde
nationaliteit, identiteit en herkomst geloofwaardig werd geacht.
- In de nareisprocedure betreffende de dochter van verzoekster is een familie
uittreksel overgelegd, afgegeven door de Dienst burgerzaken Ministerie van Arbeid
en Sociale Zaken, Algemene autoriteit voor Palestijnse vluchtelingen (GAPAR), en
gelegaliseerd door de Algemene autoriteit voor Palestijnse vluchtelingen en
buitenlandse zaken, welke is onderzocht en echt bevonden.
- Verder zijn nog door verzoekster overgelegd een geboorteakte met beëdigde
vertaling, een tijdelijke verblijfspas voor Palestijnen op naam van verzoekster en
een familieboekje van de echtgenoot van verzoekster.

Beoordeling

Juridisch kader
Het verzoek is gebaseerd op artikel 2 van Pro de Wet van 7 juni 2023, houdende regels met betrekking tot de vaststelling van staatloosheid, Staatsblad 2023, 230 (Wet vaststellingsprocedure staatloosheid).
Op basis van lid 1 van genoemd artikel kan een ieder die, buiten een bij enige rechterlijke instantie aanhangige zaak, daarbij onmiddellijk belang heeft en in Nederland zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, bij deze rechtbank een verzoek indienen tot vaststelling van zijn staatloosheid. Het verzoek kan ook strekken tot de vaststelling dat de betrokkene op een bepaald tijdstip staatloos was. De rechtbank stelt op basis van lid 2 van dit artikel de staatloosheid vast, indien hem niet is gebleken dat de betrokkene door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verzoekster in Nederland woont. Verder is niet in geschil dat verzoekster onmiddellijk belang heeft bij het verzoek tot vaststelling van staatloosheid, zodat zij ontvankelijk is in haar verzoek.
Relevante landen
De rechtbank ziet aanleiding om de Palestijnse Gebieden en Syrië in haar beoordeling over de staatloosheid van verzoekster te betrekken. Dit omdat verzoekster stelt van Palestijnse afkomst te zijn en zij tot het inreizen in Nederland, in Syrië heeft verbleven.
Wordt verzoekster als onderdaan van de Palestijnse gebieden beschouwd?
Verzoekster heeft diverse documenten overgelegd, welke deels zijn onderzocht en echt bevonden. Verzoekster stelt te beschikken over de originelen van de in kopie overgelegde stukken.
De rechtbank is met de Staat van oordeel dat het niet nodig is de overige in kopie overgelegde stukken, voor zover dat al niet eerder is gebeurd, alsnog op echtheid te laten controleren. Gelet op de stukken, onderzoeken en verklaringen in samenhang bezien, is het aannemelijk dat verzoekster van Palestijnse afkomst is. Hiertoe geldt het volgende.
Uit het ‘Algemeen Ambtsbericht Palestijnse Gebieden’ (april 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de ‘Werkinstructie SUA’ van 11 december 2020 van de IND (nummer en titel: WI 2020/19 Palestijnen, hierna te noemen: de Werkinstructie) volgt dat Nederland de staat Palestina en dus ook de Palestijnse nationaliteit niet erkent. Voor Nederland gelden Palestijnen daarom als staatloos.
Wordt verzoekster als onderdaan van Syrië beschouwd?
Op grond van de nationaliteitswetgeving van Syrië (decreet 276 uit 1969; bevestiging hiervan is te vinden in het ‘Algemeen Ambtsbericht Syrië’ (mei 2022) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken) kan de Syrische nationaliteit onder andere worden verkregen door afstamming van een Syrische vader. Een moeder kan naar Syrisch nationaliteitsrecht haar nationaliteit alleen doorgeven in het geval het kind is geboren in Syrië en de vader het kind niet heeft erkend. Van deze situaties is in dit geval niet gebleken, zodat het niet aannemelijk is dat verzoekster de Syrische nationaliteit via haar vader of moeder kan hebben verkregen.
Uit de Werkinstructie volgt dat Palestijnen in Syrië in principe staatloos zijn en niet kunnen naturaliseren.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat verzoekster door enige staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd, zodat de staatloosheid van verzoekster kan worden vastgesteld.
De aard van de zaak verzet zich tegen uitvoerbaarverklaring bij voorraad, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.
Proceskosten
Gelet op de aard van de procedure zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
stelt vast dat verzoekster staatloos is;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2025.