ECLI:NL:RBDHA:2025:15057
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van staatloosheid van verzoekster van Palestijnse afkomst
Verzoekster, van Palestijnse afkomst en afkomstig uit Syrië, heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om vaststelling van haar staatloosheid. Zij verblijft in Nederland en heeft een verblijfstatus op basis van nareis. Diverse documenten, waaronder geboorteverklaring en uittreksels van de Palestijnse vluchtelingenautoriteiten, zijn onderzocht en als echt bevonden.
De rechtbank toetst het verzoek aan de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid en concludeert dat verzoekster niet als onderdaan wordt beschouwd door enige staat, mede omdat Nederland de Palestijnse nationaliteit niet erkent en de Syrische nationaliteitswetgeving niet van toepassing is op verzoekster. De staatloosheid wordt daarom vastgesteld.
De rechtbank wijst het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad af vanwege de aard van de zaak en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De beschikking is zonder mondelinge behandeling genomen, mede op advies van de Staat die het verzoek steunde.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat verzoekster staatloos is en wijst het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad af.