ECLI:NL:RBDHA:2025:15081
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verzoeken tot voorlopige voorziening tegen plaatsingsbesluit en vrijheidsbeperkende maatregel
De rechtbank Den Haag heeft op 13 augustus 2025 uitspraak gedaan over twee verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening, beide connex aan beroepen van verzoeker tegen besluiten van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COa) en de minister van Asiel en Migratie. Het eerste verzoek betrof het plaatsingsbesluit van het COa van 10 juli 2025, waarbij verzoeker in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) in Hoogeveen werd geplaatst. Het tweede verzoek richtte zich tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister op dezelfde datum, gebaseerd op artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet.
De voorzieningenrechter behandelde de verzoeken gelijktijdig met de beroepen op 1 augustus 2025 te Groningen, waarbij partijen en hun gemachtigden aanwezig waren, evenals een tolk. Na sluiting van het onderzoek heeft de rechtbank bij uitspraak in de hoofdzaak de beroepen ongegrond verklaard, waardoor voorlopige voorzieningen niet langer noodzakelijk waren.
Op grond hiervan wees de voorzieningenrechter de verzoeken tot voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter F. Sijens en griffier K.E. Mulder en is openbaar gemaakt via Rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De verzoeken tot voorlopige voorziening tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel zijn afgewezen.