ECLI:NL:RBDHA:2025:15106
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op nareisaanvraag met oplegging bestuurlijke dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De rechtbank stelt vast dat de minister de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser de minister rechtsgeldig in gebreke heeft gesteld. Hierdoor is het beroep gegrond.
De rechtbank legt de minister een termijn van acht weken op om alsnog een besluit te nemen, met de mogelijkheid tot een verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een bestuurlijke dwangsom vastgesteld van €1.442,- voor de reeds verstreken periode van 42 dagen na ingebrekestelling, en een dwangsom van €100,- per dag met een maximum van €15.000,- voor eventuele verdere overschrijding.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en een deel van de proceskosten van eiser, aangezien eiser een professionele gemachtigde inschakelde. De rechtbank wijst het verzoek van de minister om aanhouding af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen zou wegnemen.
De uitspraak bevestigt het belang van tijdige besluitvorming in nareiszaken en handhaaft het beleid van de rechtbanken om bestuursorganen aan te spreken op hun beslistermijnen met passende dwangsommen.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, minister opgelegd binnen acht weken te beslissen en bestuurlijke dwangsom vastgesteld.