Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Leiderdorp waarin haar maandelijkse aflossingsverplichting van een niet gevestigde krediethypotheek van €39.909,17 is vastgesteld op €123,50. Het college baseerde dit bedrag op een maandinkomen van €2.470,- in overeenstemming met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv).
De rechtbank overweegt dat de terugvordering zelf onherroepelijk is geworden door een eerdere schikking en daarom niet in deze procedure kan worden beoordeeld. Ten aanzien van de hoogte van het maandelijkse aflossingsbedrag oordeelt de rechtbank dat het college terecht uitging van het genoemde maandinkomen, omdat eiseres onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd. De door eiseres overgelegde bankafschriften zijn onvoldoende om het netto-inkomen inclusief vakantietoeslag aan te tonen.
Verder wijst de rechtbank het verzoek van eiseres af om proceskosten in bezwaar te vergoeden, omdat het bestreden besluit niet is herroepen maar slechts in motivering is aangepast. Het beroep wordt daarmee ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.