ECLI:NL:RVS:2019:3825
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling overschrijding redelijke termijn en vergoeding proceskosten in omgevingsvergunningzaak
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 17 april 2014 een omgevingsvergunning voor het veranderen van een gebouw naar drie zelfstandige woningen, ondanks strijd met het bestemmingsplan. Appellant maakte bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar. Het college trok vervolgens de vergunning in en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Appellant vorderde vergoeding van de kosten in bezwaar en proceskosten, welke door de rechtbank deels werden toegewezen.
In hoger beroep betoogde het college dat het besluit niet herroepen was en dat vergoeding van kosten daarom niet aan de orde was. De Afdeling oordeelde dat intrekking niet gelijkstaat aan herroeping in de zin van artikel 7:15 Awb Pro, omdat motiveringsgebreken hersteld hadden kunnen worden. Het verzoek tot vergoeding van kosten in bezwaar werd daarom afgewezen en het hoger beroep van appellant ongegrond verklaard.
Daarnaast stelde appellant dat de redelijke termijn was overschreden, wat de Afdeling bevestigde. De procedure duurde meer dan vijf jaar, terwijl maximaal vier jaar redelijk is. Het college werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.500,00. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor de beroepsmatig verleende rechtsbijstand van appellant. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, het college hoeft de kosten in bezwaar niet te vergoeden, maar moet een schadevergoeding van €1.500,00 betalen wegens overschrijding redelijke termijn en proceskosten vergoeden.