ECLI:NL:RBDHA:2025:15156
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid opvolgende asielaanvraag Egyptische christen wegens gebrek aan nieuwe relevante feiten
Eiser, een Egyptische christen, diende op 30 april 2025 een opvolgende asielaanvraag in. Zijn eerdere aanvragen uit 2012 en 2015 waren afgewezen en niet-ontvankelijk verklaard, waarbij laatstgenoemde ook een terugkeerbesluit en inreisverbod oplegde. Eiser stelde dat hij vanwege conflicten met buren en zijn geloof een reëel risico loopt bij terugkeer naar Egypte en dat hij direct zou worden opgepakt wegens niet-gemelde dienstplicht.
Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser geen nieuwe feiten of bevindingen had aangevoerd die relevant zijn voor een nieuwe beoordeling. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit mocht vinden, mede omdat eiser sinds tien jaar ruim gelegenheid had gehad om nieuwe informatie te verkrijgen en niet aannemelijk had gemaakt dat de situatie substantieel was veranderd.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat koptische christenen in Egypte volgens jurisprudentie en landeninformatie geen reëel risico lopen op ernstige schade of vervolging. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de opvolgende asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe relevante feiten en wijst het beroep af.