Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 7 augustus 2023 ontvangen, waarna de minister de beslistermijn met negen maanden verlengde. Eiser stelde de minister op 16 december 2024 in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de verlengde termijn heeft beslist. De rechtbank legt een termijn van zestien weken op: binnen acht weken na verzending van de uitspraak moet de minister een nader gehoor afnemen over de asielmotieven en binnen acht weken daarna een besluit nemen.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De rechtbank veroordeelt de minister tevens tot betaling van proceskosten aan eiser van €453,50, gezien de professionele juridische bijstand en het beperkte onderwerp van het geschil.