Uitspraak
Hoofdverblijfplaats en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 6 juni 2023 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
voorlopigbij de moeder zullen zijn:
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot wijziging van de zorg- en contactregeling voor drie minderjarige kinderen, waarbij de moeder het verzoek had ingediend na eerdere voorlopige beslissingen. De hoofdverblijfplaatsverzoeken werden ingetrokken, zodat de rechtbank hierover niet hoefde te beslissen.
Op de zitting bereikten de ouders volledige overeenstemming over de zorgregeling. De kinderen verblijven vanaf 1 september 2025 volgens een vierwekelijkse regeling waarbij zij de eerste en derde week van vrijdag na school tot zondag bij de moeder zijn, de tweede week op zaterdag overdag bij de moeder verblijven en de vierde week volledig bij de vader. Daarnaast is een vakantieschema vastgesteld met afwisselende verblijfsperiodes bij de moeder tijdens de zomervakantie, kerstvakantie en islamitische feestdagen.
De rechtbank handhaafde eerdere overwegingen en beslissingen, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Het meer of anders verzochte werd afgewezen, mede omdat de regeling in het belang van de kinderen was en geen bezwaar werd aangetoond.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorg- en contactregeling conform de overeenstemming tussen ouders en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.