ECLI:NL:RBDHA:2025:15379

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 juli 2025
Publicatiedatum
19 augustus 2025
Zaaknummer
NL25.18082
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55c AwbArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtTijdelijke wet opschorting bestuurlijke dwangsommen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig besluit minister afgewezen met proceskostenvergoeding

Eiser diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning. Op 11 juni 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna eiser zijn beroep handhaafde. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het doel van het beroep, het verkrijgen van een besluit, inmiddels is bereikt.

De rechtbank overweegt dat de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurt bij niet tijdig beslissen, maar sinds 11 juli 2021 geldt een tijdelijke wet die de dwangsom opschort voor asielaanvragen voor bepaalde tijd. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bevestigd dat deze opschorting niet in strijd is met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel.

Hoewel de minister geen dwangsom verschuldigd is, veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser wegens het te late besluit. De proceskosten worden vastgesteld op € 453,50, rekening houdend met het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 2 juli 2025.

Uitkomst: Beroep tegen niet tijdig besluit is niet-ontvankelijk verklaard en minister veroordeeld tot proceskostenvergoeding van € 453,50.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.18082
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S. Oukil), en
de minister van Asiel en Migratie,de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag.
Op 11 juni 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag (het reële besluit).
Eiser heeft zijn beroep gehandhaafd.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?
2. Het beroep van eiser tegen het niet-tijdig beslissen door de minister is kennelijk niet- ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiser gelijk had met zijn beroep. Dit is om de volgende reden. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat de minister inmiddels heeft beslist, heeft het beroep van eiser geen zin meer. Eiser heeft zogezegd geen procesbelang meer bij zijn beroep.
3. De rechtbank overweegt als volgt.
4. Het bestuursorgaan verbeurt een bestuurlijke dwangsom aan een betrokkene als het niet op tijd een beslissing neemt.2 Sinds 11 juli 2021 geldt de Tijdelijke wet opschorting
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 8:55c van de Awb.
dwangsommen IND. Hierin is bepaald dat geen bestuurlijke dwangsom wordt verbeurd als de minister niet-tijdig beslist op een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De vraag ontstond of dit in strijd was met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 30 november 2022 geoordeeld dat het opschorten van de bestuurlijke dwangsom geen strijd oplevert met het Unierechtelijke gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel.3 Daarmee staat vast dat de minister geen bestuurlijke dwangsom is verschuldigd als hij te laat beslist op een dergelijke aanvraag.
Veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser?
5. De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken. Dit omdat de minister het besluit van 11 juni 2025 te laat heeft genomen en eiser terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dat besluit. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.4
6. De minister heeft niet gereageerd op het verzoek van eiser. De rechtbank leidt hier uit af dat de minister er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van eiser te betalen. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister de proceskosten van eiser moet vergoeden.
7. De rechtbank stelt de proceskosten van eiser vast op € 453,50. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van
C.A.A.W. van der Heijden, griffier.
4 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
02 juli 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.