Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een visumaanvraag voor kort verblijf. Verweerder besloot vervolgens geen bezwaar meer te maken tegen afgifte van het visum, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke beslistermijn voor het bezwaar negentien weken bedroeg, te rekenen vanaf het einde van de bezwaartermijn. Verweerder had de beslistermijn onterecht met zes weken verdagen, waardoor deze verdaging zonder rechtsgevolg bleef. Wel was de beslistermijn tijdelijk opgeschort wegens de mogelijkheid voor verzoeker om aanvullende gronden in te dienen.
Verzoeker had verweerder op 19 april 2024 in gebreke gesteld, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur. De rechtbank zag geen grond voor proceskostenveroordeling en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.