ECLI:NL:RBDHA:2025:15495
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding uitgesproken ondanks ontbreken huwelijksakte door vluchtelingstatus
De man heeft op 25 maart 2025 een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Den Haag. Partijen zijn gehuwd in 1991 te Iran en hebben zowel de Iraanse als Nederlandse nationaliteit. De man kon geen authentiek afschrift van de huwelijksakte overleggen, omdat deze niet is ingeschreven in het huwelijksregister in Den Haag en partijen als vluchteling naar Nederland zijn gekomen zonder originele huwelijksakte.
De rechtbank achtte het voldoende aannemelijk dat het afschrift redelijkerwijs niet kan worden overgelegd, mede op basis van een rapport van eerste gehoor bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Basisregistratie Personen waarin het huwelijk is geregistreerd. Hierdoor werd het huwelijk genoegzaam aangetoond en werd de man ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft omdat beide partijen de Nederlandse nationaliteit bezitten. Op grond van artikel 10:56 BW Pro is Nederlands recht van toepassing. Het verzoek tot echtscheiding werd toegewezen omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht en niet weersproken werd. De rechtbank wees het verzoek om de echtscheiding uitvoerbaar bij voorraad te verklaren af.
De beschikking werd op 31 juli 2025 door rechter H.M. Boone in het openbaar uitgesproken. De echtscheiding tussen partijen werd uitgesproken en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank sprak de echtscheiding uit ondanks het ontbreken van een huwelijksakte vanwege de vluchtelingstatus van partijen.