Partijen zijn gehuwd in 2002 en hebben een minderjarige dochter. De rechtbank heeft rechtsmacht en past Nederlands recht toe op het echtscheidingsverzoek. De vrouw stelt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, hetgeen niet is weersproken. De echtscheiding wordt uitgesproken, maar de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt afgewezen.
Het ouderschapsplan, ondertekend door partijen en besproken met de minderjarige, wordt vastgesteld als onderdeel van de beschikking. De rechtbank benadrukt dat partijen oog moeten hebben voor de wensen van hun kind en dat het plan ruimte biedt voor aanpassing in het belang van het kind.
Voor de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime is het Haags Huwelijksvermogensverdrag van toepassing, waarbij het Turkse recht geldt als gemeenschappelijk nationaliteitsrecht. De rechtbank wijst de verzoeken van de vrouw toe dat de echtelijke woning aan haar wordt toegedeeld onder voorwaarde van uitkoop en ontslag van hoofdelijke aansprakelijkheid van de man, en dat ieder de inboedel behoudt die hij/zij onder zich heeft.
De beschikking wordt uitgesproken door rechter M.F. Baaij op 7 augustus 2025 en bevat tevens de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van alle onderdelen behalve de echtscheiding zelf.